Moerasschildpadden in het Noorderplantsoen


Bezint eer ge begint

Sinds jaar en dag herbergt het Noorderplantsoen in Groningen een flink aantal moerasschildpadden: roodwang-, geelwang- en geelbuikschildpadden (samen behorend tot de lettersierschildpadden) en de onechte landkaartschildpad (de zaagrug). Ze zijn afkomstig uit gebieden die zich uitstrekken van Noordoost-Mexico tot diep in de Verenigde Staten. In 1998 wordt de import, handel en kweek van roodwangschildpadden in Europa verboden, waardoor er vraag naar andere soorten ontstaat. Sinds 2016 geldt dit verbod ook voor geelwang- en geelbuikschildpadden. Je mag deze schildpadden niet meer huisvesten, tenzij je kunt aantonen dat je ze al vóór de verbodsbepaling in bezit had en je bent ervoor verantwoordelijk dat ze niet kunnen ontsnappen.


Lettersierschildpadden in het Noorderplantsoen

Deze exotische reptielen komen in ons plantsoen terecht omdat mensen ze clandestien in de vijvers dumpen. Als babyschildpadjes hebben ze frisse kleurtjes en zijn ze actief en ondernemend. Kinderen vinden ze een schattig hebbedingetje. Een bakje met een plastic palmboompje kost bijna niks en het staat erg leuk op het dressoir. Echter, kleine schildpadjes worden groot en blijken ineens veel meer zorg nodig te hebben dan in eerste instantie werd gedacht. Voor het bakje moet een fiks aquaterrarium in de plaats komen, met warmtelampen en een filterinstallatie om te voorkomen dat hun uitscheiding gaat stinken. De kattenbrokjes voldoen niet meer en in die grote bek verdwijnen aardig wat biefstukken en garnalen. Ze kunnen krabben en bijten, dus uitkijken voor je vingers. Bovendien zijn het dragers van de salmonellabacterie, die het beestje zelf niet schaadt, maar vooral gevaarlijk is voor kinderen en zwangere vrouwen. Je hebt er een huisgenoot bij die blijft. Ze kunnen 25-40 jaar oud worden; dat is niet mis als je bedenkt dat een gemiddeld huwelijk 14 jaar duurt.
De schildpadden zijn omnivoor. In de vijvers voeden ze zich met planten, waterdiertjes, slakken, wormen, vissen en kikkergebroed. Volwassen schildpadden hebben geen natuurlijke vijanden, tenzij er eveneens een krokodil wordt uitgezet.
Ze zijn koudbloedig, dus afhankelijk van de omgevingstemperatuur. In ons klimaat kunnen ze onvoldoende opwarmen om hun spijsvertering op gang te houden en de nodige vitaminen te produceren. Ze hebben weinig weerstand tegen de bacteriën en parasieten in het vijverwater. Kortom: een stressvol bestaan.



Voortplanting

De verschillende soorten lettersierschildpadden kunnen met elkaar paren. Vooral de geelbuik- en geelwangschildpadden zijn zo vaak met elkaar gekruist dat er nauwelijks nog een zuivere geelwang is te vinden. Door deze hybridisatie is het soms moeilijk om de soorten van elkaar te onderscheiden.
Mannen verschillen sterk van de vrouwen: ze zijn veel kleiner, hebben lange nagels aan hun voorpoten (om zich bij de paring aan het schild van de vrouw vast te klemmen) en hebben een langere en dikkere staart met een cloaca die zich i.t.t. die van de vrouw buiten de schildrand bevindt (handig bij de bevruchting). Grappig en spectaculair is de paringsdans. De man jaagt de vrouw op totdat ze zich paringsbereid toont. Dan strekt de man zijn voorpoten naar haar, maakt vibrerende, wapperende bewegingen en kietelt haar op haar wangetjes. Als zij zin in hem heeft wappert zij gewillig terug waarna de paring plaatsvindt. De man drukt zijn cloaca tegen de hare en penetreert haar met zijn enorme penis, die in rusttoestand opgevouwen in de staart ligt.
Om de eitjes succesvol uit te laten komen is gedurende een paar maanden een constante hoge omgevingstemperatuur nodig die het geslacht bepaalt: bij <27 °C worden het overwegend mannetjes, bij >30 °C vrouwtjes. Zulke klimatologische omstandigheden kennen wij hier niet, maar met de opwarming van de aarde zijn deze temperaturen misschien wel in de toekomst mogelijk. In Zuid-Frankrijk, Spanje, Italië en Slovenië planten ze zich al voort en vormen ze een bedreiging voor de inheemse fauna. Met het handelsverbod is er de hoop dat deze exoten in Europa uitsterven. Een wedloop met het klimaat.



Het Noorderplantsoen in 2019

Roodwangschildpad ♀
 
Vroeger zag je in het plantsoen vrijwel uitsluitend roodwangschildpadden. Sinds 2003 volg ik ze met belangstelling en ik heb de stellige indruk dat het er ieder jaar meer worden. Dit kan dus niet het gevolg zijn van voortplanting; ze worden vaker gedumpt. Ook de schildpaddenopvangcentra melden dat ze overvol raken.
Als je ze zo pittoresk en gezellig ziet luieren op de loopplankjes kan je het idee krijgen dat je een goede daad verricht door ze “de vrijheid” te geven. In werkelijkheid leiden ze een kwijnend bestaan in een ongeschikte biotoop. Als ze bij aanvang in goede gezondheid verkeren kunnen ze zich soms wel een aantal jaren handhaven, maar de meeste sterven een vroegtijdige dood of worden ziek, mager en verzwakt bij de opvangcentra binnengebracht. Ons klimaat is te koud en te wisselvallig, en op de weinige zonnige plekken in het Noorderplantsoen waar ze zouden kunnen opwarmen worden ze door honden, kinderen en kiekjesschieters regelmatig weer het water in gejaagd.

In hun oorspronkelijke habitat gaan deze schildpadden een paar maanden in winterrust waarbij de stofwisseling op een laag pitje komt te staan, maar ze nog wel wat voedsel opnemen en activiteit vertonen. Enkele komen uit streken waar ze in volledige winterslaap gaan en hun metabolisme zodanig vertragen dat ze geen voedsel meer nodig hebben. Ze teren dan in op hun reserves.
Hier, in het Noorderplantsoen, worden ze gedwongen om zich gedurende een half jaar te begraven in de modderlaag onder in de vijvers, in erg koude winters zelfs onder een ijslaag. In die fase nemen ze zuurstof op via hun slijmvliezen, of met behulp van de anaalblaas, een orgaan bij de cloaca, dat zuurstof aan het water onttrekt. Een groot aantal overleeft de winterperiode niet.

In februari 2019 start de gemeente Groningen een sanering van de vijvers van het Noorderplantsoen die tot half april zal duren. Van de bodem wordt 18.000 kuub slib afgegraven. En ja, dat is het slib waar onze moerasschildpadjes zich ingegraven hebben om de winter te overleven. Ik ben zó benieuwd hoe dit af zal lopen dat ik een onderzoekje start.


De cijfers

Eind maart 2019 kruipen de eerste overlevende schildpadden van het Noorderplantsoen weer omhoog uit de blubber om op te warmen op de loopplankjes. Vanaf die tijd leg ik ze vast op de foto om de individuen te kunnen onderscheiden. De schildpadjes hebben allemaal een individueel herkenbare koptekening. Tot mijn verrassing lijken vele het baggeren te hebben overleefd. Sommige herken ik van eerdere jaren. Later in het seizoen ontdek ik de nieuwkomers die dit jaar weer door mensen zijn afgedankt.

Van 29 maart tot 27 september hebben zich in 2019 minimaal 25 moerasschildpadjes in de vijvers van het Noorderplantsoen bevonden: 3 roodwangen, 3 zaagruggen en 19 geelbuiken/geelwangen; in totaal 15 vrouwen en 10 mannen.
In de lente lag er een nieuw jong zaagrugje, blind en met ontstoken ogen, kortstondig op een vijverrand. Een aantal andere schildpadden zag ik ook maar korte tijd boven water. Of die het evenmin gehaald hebben, daar kan ik pas volgend jaar meer zekerheid over krijgen.
Eind september zakte de temperatuur van het water onder de 16 °C en daarna liet geen enkele schildpad zich nog zien.


De toekomst
 
Geelbuikschildpad ♂ (li), zaagrug ♀ (re)


In de vijver bij de Ebbingestraat ligt op vrijwel iedere zonnige dag in het seizoen een vrouwtje zaagrug op een loopplankje, soms in gezelschap van lettersierschildpadden. Hoewel ze mensenschuw is, laat ze zich niet gemakkelijk verjagen van haar trappetje in de zon. Eenden en meerkoeten stappen brutaal over haar schild heen en ze laat zich onderschijten door de jonge aalscholver die zijn vleugels per se op dat loopplankje wil laten drogen.
Ik heb al talloze foto’s van haar in mijn archief. De oudste is van 10 augustus 2007, dus ze leeft hier al minstens 12 jaar. Hoewel haar soort in de oorspronkelijke habitat alleen de winterrust kent, heeft zij waarschijnlijk inmiddels het trucje van de winterslaap onder de knie en weet ze zo telkens weer onze koude winters te overleven. Tot 2019 was ze steeds de enige zaagrug in het plantsoen. In dit jaar kwamen er 2 bij. Ze kan zich niet voortplanten en zal hier uiteindelijk sterven. Maar de zaagruggen vallen (nog) niet onder de beperkende bepalingen van de EU, dus als de lettersierpadden uitsterven zijn zij misschien de enige moerasschildpadden die wij nog kunnen zien zonnebaden op de loopplankjes van het Noorderplantsoen.

01-01-2020