Vissen
Ik heb hem al een tijdje staan bekijken zoals ie daar met zijn hengel aan het doen is. Ik zie wel eens kinderen die aan het vissen zijn in het Noorderplantsoen, maar een volwassene heb ik daar nooit mee bezig gezien. Waarom zouden ze ook? Die halve snoek die er zit kijkt wel link uit. Omdat ik mijn nieuwsgierigheid niet goed kan bedwingen stap ik maar gewoon op hem af en vraag hem wat ie wil vangen.

"Vorentjes, voor de vijver thuis. Ik heb een dochter van zes jaar, die wil ik respect voor dieren bijbrengen, dat vind ik belangrijk dat ze respect voor dieren krijgt. Ze heeft nu een kat, die wil ze steeds aaien, ook als de kat er geen zin in heeft. Kinderen begrijpen dat niet, maar dat moet ze leren, voordat ze de kat het gips in aait."
He, dat vind ik leuk! Duidelijk een geval van pedagogisch hengelen.

Ik vraag hem hoe groot zijn vijver is.
"Een doorsnee van 1,5 meter."
"Oh, dat is een klein vijvertje!" Dat is eigenlijk niet meer dan een wat groot uitgevallen teil.
"Nou ja, het is ook maar een klein meisje, ze is zes."
Dan wil ik toch het probleem van de reigers met hem bespreken, wat ie daaraan denkt te doen.
"Dat is geen probleem, ik heb een windbuks. Ik heb mijn hele leven al gejaagd."
Als ik wat verschrikt kijk begint hij te lachen en legt uit hoe het gekomen is.

"Ik ben opgegroeid in de natuur. Ik kom uit Grollo. Mijn vader jaagde altijd. Konijnen, herten, en dergelijke. Dat was heel gewoon. Als kind leerde ik dat al van hem en voor mij was het vanzelfsprekend. Als ik dat aan mensen vertel kijken ze altijd een beetje afkeurend, terwijl ze zelf biefstuk op hun bord hebben liggen."
"Maar dat zijn dan vierkante stukjes Albert Heyn" geef ik hem gelijk.
"Die mensen zeggen ook dat vissen net als mensen zenuwbanen hebben en dat ze pijn kunnen lijden..."
"Mja, je weet het niet he?" hou ik mij maar wat op de vlakte.
Hij verheft zijn stem: "…maar het leed dat mij wordt aangedaan als ik niet meer zou mogen vissen gaat dat dierenleed teboven."
He, een man met een passie!
"Mijn vader heeft mij respect voor dieren bijgebracht. Hij zei altijd: je doodt alleen om te eten. Hij moest niets van de jachtsport hebben. Hij vond het belangrijk, respect voor dieren."

Ondertussen haalt hij achter elkaar vorentjes uit het water. Een dikke made aan de haak en hup, daar spartelt er alweer eentje aan de lijn, waarna er ook wel weer eens een tijdens het ophalen terug in het water valt. De man haalt heel voorzichtig het haakje uit de bek en doet hem dan snel in een emmertje.
Ik vraag hem wat voor eetbare vissen er in het plantsoenwater zitten. "Snoekbaars en brasem denk ik."
Er volgt een hele verhandeling over snoekbaars en de prijs ervan en de schande van het elektrisch vissen.
"En er zitten hier veel te veel vorentjes. Zoveel dat je, als je het aas in het water gooit moet uitkijken dat je je het een beetje tússen de vorentjes gooit en niet boven op hun kop."

Dan, als de dobber weer onder water verdwijnt en hij de hengel wil ophalen, blijkt de dobber zich verzelfstandigd te hebben. Een beetje beteuterd kijkt hij naar het eind van zijn hengel en doet dan nog een vergeefse poging om de dobber naar zich toe te halen.
"He, Marinus, is het lijntje gebroken?" Een dikke joviale man loopt grijnzend langs ons.
"Neuh, ik was wat afgeleid omdat ik met deze dame in gesprek was."
Er staat veel wind en de dobber drijft langzaam maar zeker van ons af. "Tja, nu kan ik een shaggy gaan draaien en aan de overkant van het water wachten totdat de dobber daar aankomt…"
"Ik ben bang dat u uw dobber gewoon kwijt bent, maar zo duur kan zo'n ding toch ook weer niet zijn." Ik voel me wel een beetje schuldig.
Marinus kijkt in zijn emmer en telt de vorentjes.
"Het zijn er nog maar zes" meldt hij spijtig.

Hij pakt zijn spulletjes bij elkaar en ik wens hem veel plezier met zijn vijver en zijn dochtertje.
"Nou ja, mijn dochter is ook nog maar zes."