't Leutje Ding


Het Noorderplantsoen is in de rui. Het park is bezaaid met veren.
Het is hoogzomer en het baltsseizoen is voorbij. De ganzen hebben hun communes ontbonden en ze stormen gewoon weer als één kudde op het brood af.
Ik zit aan de waterkant mijn vriendschap met de meerkoeten te bezegelen. De familie meerkoet zit aan mijn voeten; de twee jonkies doezelen en pa eet uit mijn hand.

     Er komt een dame naast mij
     staan.
     "Leuk zijn ze he?"
     Het is Lucy, de vrouw van de      ijscokar, direct achter ons.
     We raken met elkaar in
     gesprek.
     "We staan er al voor het
     zevende jaar. We zijn
     begonnen met een vrieskist op
     een aanhangwagentje. We
     staan hier ieder weekend en
     als het mooi weer is staat mijn
     man er ook door de week.
Ikzelf alleen op zondag, ik doe het 'erbij'.
We hebben in het Nieuwsblad van het Noorden gestaan! Ik wil het krantenartikel wel eens voor u meenemen als het u interesseert," zegt ze trots.
Ja, natuurlijk wil ik dat lezen.

"Gaat u zitten," nodigt Reinie Jut van de ijscokar mij naar de plastic opklapstoel voor het bezoek.
Hij heeft het krantenartikel weer vergeten, dus enqueteer ik hem zelf.
"Hoe zat dat nou met die vrieskist op een aanhangwagentje?"
Reinie begint te stralen.
"Die had ik zelf gemaakt. Dat was in 1997. Het was een vitrinekist."
Dan vertelt hij. Hoe hij werkzaam was bij het spoor, onderhouds-
werkzaamheden. Hij had een snackbar. Toen werd hij arbeidsongeschikt en Lucy wees hem op de locatie in het Noorderplantsoen:
"Dat moet je doen, joh! Dat is een goeie plek!"
Hij zag het eerst helemaal niet zitten. "Ga weg! Zeker werken voor f100,- in een weekend."
Toen hij begon leverde dat rond de f30,- per dag op. Maar langzamerhand trok dat aan en nu valt het ijs niet meer aan te slepen. "Ja, ze moeten je eerst leren kennen."
Hij liet de kinderijsjes f1,- kosten.
"Want f1,- heb je meestal los in de zak, van de winkelwagentjes. Die geef je gemakkelijk uit."
Bij de invoering van de euro is hij niet duurder, maar zelfs goedkoper geworden. Een gewoon ijsje kostte f2,25. Nu 1 euro.
"Mensen weten niet met geld om te gaan. Ze laten zomaar 40 eurocent als fooi liggen, alsof het niks is. Alles is duurder geworden. Vroeger kreeg je een gratis koekje bij de koffie, maar weet u dat zo'n hoorntje al 8 eurocent kost?"
Tegenwoordig loopt de verkoop heel goed. Maar bijvoorbeeld gister was een minne dag, slecht weer.
"Dat is riskant, want dan moet je het ijs de volgende dag verkopen, anders kan je het weggooien."
Reinie informeert iedere dag naar de weersverwachting. Bij 26-28 graden neemt hij 1600-1700 ijsjes mee. Na zo'n dag zijn zijn handen stuk. Van het knijpen met de tang. Hij laat mij zijn gehavende rechter handpalm zien.
Gelooft u mij: ijs is geen pretje.

     "Dag meneer, wij zijn aan het
     ijsproeven, voor ons krantje."
     Twee jongens staan met een      A4-map voor de kraam.
     Ze zien er erg betrouwbaar uit
     en Reinie geeft ze zonder
     aarzeling allebei een gratis
     ijsje.
     Ze proeven geconcentreerd en
     Reinie wacht gespannen hun
     oordeel af.
     Vooral die met die blauwgeruite
     blouse lijkt erg kritisch.
     Maar dan kan hij opgelucht
     ademhalen.
     Het voorlopige oordeel is postief.
De jongens trekken zich terug op een bankje voor verdere beraadslaging. Een van hen komt nog even terug om een foto te maken en om te vragen of Reinie zijn ijs zelf maakt.

We babbelen wat af.
"Vindt uw man het wel goed dat u de hele dag in het plantsoen zit? Die moet toch ook wel eens wat anders willen."
He, nieuwsgierig is hij ook!
Kortom, we bespreken van alles, ook wat Reinie van de winter gaat doen, want je moet toch 's winters ook wat. Hij weet het nog niet.
's Winters zou hij op vakantie kunnen, maar dat hoeft voor hem allemaal niet zo nodig.
"Het moet dan al iets simpels zijn, want wij zijn simpel. Dit hier is mijn vakantie. Hij maakt een weids gebaar over het plantsoen."
"Wat vindt u nou het leukste van uw vak?" vraag ik hem. Tenslotte ben ik een paparazza.
"het tellen van het geld 's avonds."
Hij is goudeerlijk, Reinie Jut.

Het wordt zo langzamerhand heel druk met de ijsverkoop en ik neem hartelijk afscheid, want ik wil de jongens nog even vragen naar hun eindoordeel over de ijsco's.

Ze zitten gebroederlijk op een bankje te beraadslagen.
"En, was het ijs lekker? Worden jullie trouwens niet strontmisselijk van zoveel ijs op een dag?"
"Het was lekker, maar we moeten nog een cijfer geven. En we doen trouwens maar 1 test per dag."
Ze laten mij hun eindverslag zien. Dat ziet er positief uit:

"In het Noorderplantsoen staat er een aardige man in de ijscokar. Hij werkt volledig mee met onderzoek en geeft dan gratis ijsjes. Het ijs is verder ook zeer goedkoop en lekker. De aardbeiensmaak (dat is de smaak die wij proeven) smaakt naar zeer zoete aardbeien. Je krijgt een goed groot bolletje met een luchtig knapperig koekje. Het ijs is zelfgemaakt."