hondje
Mijn dagelijks rondje Noorderplantsoen. Om mijn buikje weg te werken en daarmee mijn zelfvertrouwen te vergroten.

De plantsoenwerkers maaien wat verveeld met een apparaat aan de voet van de bomen.
"Hoe heet zoon ding?" vraag ik aan een boom van een kerel, wijzend naar het apparaat. Hij doet zijn oorbeschermers even af. Ik ben allang blij dat ik even mag pauzeren.
"Dat is een trimmer, mevrouwtje". Hij monstert mij van boven naar onder. Ik krijg de indruk dat hij even pauzeert bij mijn buikje. "Waarom doet u dat en is het een beetje leuk om te doen?" Met deze vragen krijgt mijn pauze vast wat verlenging.
"De aarde rond de bomen mag niet dichtgroeien. En, ach, het is beter dan binnen zitten".
"Methadon!!! Methadon!!!" Een grote neger op een damesfiets komt langs, vrolijk met zijn fietsbel bellend. "Methadon!!! Methadon!!!"
De plantsoenwerker heeft zijn oordoppen weer opgezet, zodat ik berustend maar weer verder sprint.

Voor mij zie ik een klein kindje vrolijk op een hondje afrennen. Oma erachteraan.
"Kijk, oma, een hondje!"

    Het hondje blijft verrukt om zoveel aandacht kwispelend
    voor het jochie staan. Het joch wil hem aaien, maar oma
    grijpt hem stevig in zijn kraag. "Niet doen! Hondjes
    bijten."
    Het hondje is kwispelend op zijn kontje gaan zitten en
    kijkt het jongetje vol verwachting aan.
    "Maar dit hondje toch niet, oma?"
    "Ja, dit hondje ook. Kom, we gaan. Zeg maar 'dag
    hondje'."
    Ik spurt net langs hen heen als het jochie wat spijtig
    zegt: "Dag, hondje."
    Ik kan het niet laten en zeg met een hoog stemmetje
    binnensmonds: "Dag jongetje, waf!"
    "Oma!!!! het hondje praat!"

    "Nee, hoor, dat doet die mevrouw. Zeg maar 'dag,     mevrouw'."
"Dag mevrouw!"

Kutoma.