Kokmeeuwen
door: Klaas van Dijk


Praktisch alle meeuwen in het Noorderplantsoen zijn kokmeeuwen.
De kokmeeuw heeft een lengte van 35-39 cm. Volwassen vogels hebben tussen maart en augustus een geheel donker chocoladebruine kopkap en donkerrode poten en snavel. In de rest van het jaar is de kop licht met alleen nog een donker oorvlekje, een zogenaamd koptelefoontje. Soms hebben ze ook één of twee donker gekleurde kopbanden. Jonge vogels zijn te herkennen aan bruine tot gelige poten en aan de bovenzijde een bruine staartband en bruine vleugelveren. Mannetjes zijn iets groter en forser dan wijfjes, maar er is nogal wat overlap in de maten. Hierdoor is het lastig om in het veld onderscheid te maken tussen de beide geslachten.

Kokmeeuwen broeden in kolonies met enkele tientallen tot vele duizenden broedparen. De soort broedt in grote delen van Europa, maar is vooral talrijk in landen rond de Noordzee en de Oostzee. Naar schatting broeden in Europa ongeveer 2 miljoen paartjes. In Nederland broeden momenteel ongeveer 135.000 paartjes, waarvan 60.000 paartjes in het Waddengebied.
Kokmeeuwen beginnen met broeden als ze twee jaar oud zijn. Over het algemeen worden drie eieren gelegd. Meestal broeden kokmeeuwen ieder jaar in dezelfde kolonie. Kokmeeuwen zijn niet monogaam, ieder jaar wordt in het voorjaar een nieuwe partner gekozen. Na afloop van het broedseizoen gaan beide partners hun eigen weg. De ouders bekommeren zich niet langer om hun jongen zodra die goed kunnen vliegen.

Tussen november en maart zitten vaak enkele honderden kokmeeuwen in het Noorderplantsoen. Ze zitten hier alleen overdag. Iedere avond vliegen ze naar een gemeenschappelijke slaapplaats en iedere ochtend komen ze weer terug naar het plantsoen. Meestal slapen ze samen met duizenden andere meeuwen op het Paterswoldsemeer.

De kokmeeuwen in het Noorderplantsoen zijn gewend aan mensen en daardoor erg mak. Je kunt ze dus eenvoudig van dichtbij bekijken.
Al meer dan 25 jaar bestuderen leden van de provinciale natuurvereniging "Avifauna Groningen" de meeuwen in de stad Groningen. We hebben in die tijd tal van leuke ontdekkingen gedaan. Zo bleek al snel dat sommige kokmeeuwen een metalen ring met een inscriptie om hun poot droegen. Met een verrekijker of een telescoop en wat geduld lukt het meestal wel om zo'n inscriptie te ontcijferen. Op iedere metalen ring staat een uniek nummer en het land van herkomst. Hierdoor kun je te weten komen hoe oud die meeuw is en waar hij vandaan komt. Het bleek dat veel vogels afkomstig zijn van landen rond de Oostzee. Dus 's winters zitten in het Noorderplantsoen vooral kokmeeuwen die 's zomers in landen als Denemarken, Zweden, Finland, Estland, Litouwen en Polen broeden! De Nederlandse broedvogels overwinteren vooral in Zuid-Engeland en Frankrijk, maar sommigen ook wel in ons land.

     De eerste 'Oostzee-kokmeeuwen'      arriveren vanaf begin juli in het      plantsoen. Pas in de loop van      oktober/november nemen de      aantallen in de stad fors toe. Diverse      waarnemingen van geringde      kokmeeuwen uit Noord-Duitsland,      Denemarken en Zuid-Zweden maken      duidelijk dat veel vogels inderdaad      pas in de loop van de herfst vanuit      die streken naar Groningen komen.      De terugtrek naar het oosten kan in      milde winters al in januari beginnen.      De meesten vertrekken in de loop      van maart, maar de precieze timing      van deze wegtrek is sterk      weersafhankelijk.
Verder ontdekten we dat een deel van de kokmeeuwen erg plaatstrouw zijn: ze kunnen de hele winter in hetzelfde parkje zitten en kunnen jaren achtereen naar hun eigen plekje in de stad terugkeren. Er zijn ondertussen diverse geringde kokmeeuwen die al meer dan 10 seizoenen achtereen in de stad zijn gezien. Maar er zijn ook kokmeeuwen die van overwinteringsplaats wisselen of zelfs helemaal geen vaste plek lijken te hebben.

Kokmeeuwen kunnen behoorlijk oud worden. In het Noorderplantsoen hebben we wel eens een kokmeeuw van 22 jaar gezien. De oudste kokmeeuw van Nederland is minimaal 31 jaar oud en is door ons waargenomen als broedvogel op het eiland Griend (tussen Harlingen en Terschelling).

Vanaf 1996 zijn we in het Noorderplantsoen zelf ook kokmeeuwen gaan ringen met een metalen ring èn een plastic kleurring met twee duidelijke inscripties. Van deze vogels is het veel eenvoudiger om de inscriptie te ontcijferen en kunnen we dus makkelijker en veel preciezere informatie verzamelen over plaatstrouw. We doen dit onderzoek in acht verschillende steden in Nederland, zodat we ook de steden met elkaar kunnen vergelijken. Daarnaast krijgen we van deze gekleurringde vogels veel meer waarnemingen uit het buitenland, zodat we meer greep krijgen over herkomst, trekbewegingen, et cetera.

Alle waarnemingen van gekleurringde kokmeeuwen zijn zeer welkom!
Frank Majoor is de ringer en verzamelt alle waarnemingen. Bij iedere waarneming moet de datum, de precieze plaats, de kleur en de inscriptie van de kleurring en eventueel andere bijzonderheden vermeld worden. Iedere inzender krijgt een complete life-list van de waargenomen individuen.


Avifauna Groningen (www.avifaunagroningen.nl), werkgroep kokmeeuwen; Klaas van Dijk (klaas.vdijk@hetnet.nl), Frank Majoor (majoor@bos.nl), René Oosterhuis en Derick Hiemstra.