kuikendieven
Het is een warme en zonnige lentedag, dus vandaag ben ik vastbesloten om de reiger vast te leggen.
In mijn fijne FinePix2600Zoom heb ik een nieuwe smartcard van wel 64 MB gestopt en de quality op 2M Fine gezet, zodat zelfs een minuscuul reigerstipje nu tot heus lijfformaat zal gaan uitdijen.

Het is een gewiekst dier, die reiger. Als ik hem zie sta ik direct stil, kijk de andere kant uit en doe of mijn neus bloedt, dwz ik doe net of ik erg geinteresseerd ben in de instellingen van mijn camera. Dat is natuurlijk ook zo, want ik verzeker mij ervan of de zoom wel op maximaal staat. Dan fluit ik een argeloos deuntje en draai mij naar hem om.

Maar hij laat zich niet verluren. Dat gekke
koppie met die malle kuif staat alweer schichtig mijn kant op. Iedere stap van mij houdt hij stijfpotig in de gaten, hoewel er best wel meer mensen dichter bij hem in de buurt hun dingen doen. Net als ik wil afdrukken vliegt hij steeds op, zodat ik alleen nog wat schimmig gefladder of een stukje poot op de foto krijg.

Ik spreid mijn picknickkleedje uit, positioneer de camera, het brood en het schrijfblocje voor de zoete invallen naast mij en wacht af.

Maar allereerst moet ik u nog even vertellen over het noorderplantsoenkroost. Deze lente zijn er slechts vier nieuwe gezinnetjes bij: twee van de meerkoetjes en twee van de eenden en verder zit er nog een gans op eieren. Een magere opbrengst, ook culinair gezien.
Natuurlijk heeft zich wel meer in het Noorderplantsoen voortgeplant, maar dat heeft zich allemaal aan mijn gezichtsveld weten te onttrekken.

  De meerkoetjonkies zijn al aardig gegroeid,
  die zullen zich verder wel weten te redden,
  maar bij de eendenkuikens is het nog steeds
  struggle for life.

  Er is de familie Bom met 5 kuikentjes: ma Bom
  met 3 donkere en 2 gele kuikentjes die
  al enkele weken oud zijn. Pa is al sinds
  enkele weken het nest uitgekieperd en in dit
  gezin is het een zootje van jewelste.



En dan is er de familie Kwek: 2 witte eenden met 11 eigele piepkleine kuikentjes en 1 zwartje, dat het allemaal niet bij kan houden.
Als de familie Kwek langskomt schiet mijn gemoed en de helft van mijn smartcard vol.

Een oude man op een fiets stopt achter mij, bekijkt het tafereel en zegt wat meewarig:
"Die worden allemaal opgevreten door de reiger. Er blijft er niet een van over. Ik heb hier nog nooit jonge eenden gezien."
"Ach get, wat zielig" reageer ik spontaan, want wat zien ze er snoezig uit, die gele donsjes.
"Ach mevrouw, het is de natuur."
"Ja, tis een mama van niks, vertel mij wat", want daar weet ik natuurlijk alles van.

Dan ineens verdwijnt een kuikentje gillend onder water. Van schrik laat ik mijn camera vallen. De familie Kwek stuift uiteen. Ik zou wel zo in het water willen springen om het jonkie te redden, maar ik weet niet waar. Zo'n 20 meter verderop duikt er een aalscholver op met een spartelend
jong in zijn bek. Een aalscholver in het Noorderplantsoen, krijg nou wat! Ik scheld hem voor rot en gooi stenen naar hem, maar hij duikt weer onder en is dan uit het zicht verdwenen.
Ma Kwek heeft al haar jonkies weer verzameld en verschuilt zich in het riet.
En toen waren het er nog maar 11.

Ontdaan verzamel ik mijn spulletjes en ga op pad, de aalscholver achterna.
Helemaal aan het eind van het plantsoen vind ik hem terug. Hij zit bovenop een vogelhuis. Het is echt een aalscholver, hoe is het mogelijk. Muisstil sluip ik naderbij, mijn camera in de aanslag. Hij heeft nog niks in de gaten. Ik zoom in met mijn fijne FinePix2600Zoom, maar schrik dan van een vreselijk kabaal: zo'n 20 stuks ganzen hebben mij ontwaard en stormen met luid gegak op mij af. Ik probeer nog te doen of ik er niet bij hoor, maar ze drommen tegen mij aan, pikken in mijn tas en in mijn handen, bedelend om brood. De aalscholver bekijkt het even verwonderd en vliegt dan op.
Kutganzen, rotganzen, ik heb jullie nooit gemogen! Ik maak paté van jullie!

Misnoegd zet ik mijn wandeling voort. Langs moeder de gans op de eieren. Even krijg ik wat last van wraakgevoelens, maar, als ze mij ziet maakt ze zich heel klein, aandoenlijk klein voor zo'n groot beest, dus ik strijk over mijn hart. Wat een gekke plek heeft ze trouwens uitgekozen, in een struikgewas zo vlak langs de straatkant, dat kan nooit goed gaan.

  Ik ga maar terug, want ik heb er geen zin
  meer in.

  Halverwege de terugweg ontwaar ik dan in
  het riet eindelijk de reiger. En ik kan hem
  rustig fotograferen, want zijn aandacht
  wordt afgeleid. Door de familie Kwek die
  niets in de gaten heeft en vredig vlak
  aan hem voorbijdobbert zonder hem te zien.

  "ACHTER JE! ACHTER JE!" roep ik nog en
  spring en wijs, maar het mag niet baten.
  Met een snelle beweging schiet de lange
  spitse snavel het water in.

  En toen waren het er nog maar tien.