gevogelte


Vandaag wil ik foto's maken van de meeuwen en vrienden worden met de ganzen. Daartoe heb ik een hele zak vol met witbroodkorstjes bij me en mijn Fuji Finepix 2600 Zoom.

In het plantsoen is het prachtig blauw weer en iedereen lijkt gelukkig.
Aan de kant van de vijver haal ik mijn broodzak te voorschijn. Direct komen er al eenden en meerkoetjes aangezwommen, de duiven landen vlak voor mijn voeten, de kraaien komen aangestapt.



   Het worden steeds meer duiven, drommen
   duiven, kutduiven, lelijke schijtmormels die
   mij al weer sinds enige tijd met hun
   stompzinnig gekoer in de dakgoot veel te
   vroeg wakker maken. Ik ga heel dicht tegen
   de waterrand aan staan zodat ze zelfs de
   broodkruimels niet op kunnen pikken. Dat zal
   ze leren.

   Dan komen er een paar meeuwen aanvliegen.
   Ik gooi stukjes brood in de lucht die zij in hun
   vlucht bemachtigen.

   De ganzen vind ik verderop, zoals gewoonlijk
   herrieschoppend met elkaar. Als ik bij hen stil
   blijf staan kijken ze eerst verontwaardigd
   mijn kant op. Mijn hart begint al te bonzen. Ze
   zwemmen naar mij toe en klimmen de kant
   op. Met opengesperde bekken komen ze
   hissend op mij af. Ik wil vluchten, maar verman mij. Wat zijn ze allemachtig groot! En vast ook heel sterk! Ik haal mijn broodzak tevoorschijn en scheur een heel lange reep korst van een sneetje af. Ik strek mijn arm zo ver mogelijk en hou hem voor de grootste gans die hem meteen uit mijn hand rukt. Dit is het sein voor alle ganzen om maar meteen tegen mij aan te drommen. Langgerekte trillende halzen met open bekken waar nog steeds een blazend geluid uitkomt. Maar ze lijken niet echt tégen mij te zijn, maar vooral erg vóór het brood.

Nu is het ijs gebroken tussen de ganzen en mij. Vrolijk deel ik de rest van het brood uit. Ze eten uit mijn
hand en pikken daarbij ook wel hard in mijn vinger, maar dat is vast een ongelukje.
Als het brood op is zeg ik doei en ga weg.
Maar dat had ik gedacht. Met zijn alle waggelen ze luid gakkend achter mij aan. Ik versnel mijn pas en zet het dan op een lopen. De ganzen beginnen ook te rennen. Op de hoek van het pad verschuil ik mij achter een dikke eik en wacht tot ze het opgeven, weer het water opzoeken en verdergaan met hun dagelijks gekrakeel.

Mission completed.